Het laatste gratis PR

Geplaatst: 18 april 2010 in Hardlopen

De wedstrijdafstanden bij het hardlopen zijn een vreemd fenomeen. Tot en met 15km is het nog wel te volgen: er zijn veel wedstrijden van zowel 5, 10 als 15km. Maar de eerstvolgende “courante” afstand daarna is de tien Engelse mijl, of kortweg 10em. Wikipedia zegt dat 1km ongeveer 0,6213711992 Engelse mijl is, hetgeen mij te exact voor “ongeveer” lijkt maar goed. Als je daarmee gaat rekenen blijkt dat 1 Engelse mijl “ongeveer” 1,6093 kilometer is. Hieruit volgt niet geheel verrassend dat 10em dus 16,093 kilometer is, en zo is het. Een leuke afstand voor iemand die een aantal maal de 15km heeft gelopen en net een klein stapje verder wil. De volgende afstand daarna is de halve marathon. Nou weten wij natuurlijk allemaal dat in het jaar 490 voor Christus de Griekse soldaat Phidippides hardlopend van Marathon naar Athene is gegaan om het nieuws van de overwinning op de Perzen te melden. Daarna legde hij wel het loodje vanwege een zonnesteek. Niet echt een mooi debuut op de marathon, dat door deze heroïsche daad de vreemde afstand van 42 kilometer en 195 meter kreeg aangemeten. Nou zijn wij natuurlijk niet allemaal zo stoer als Phidippides, dus speciaal voor ons Westerse watjes (waarvan ik er overigens ook één ben) is de halve marathon in het leven geroepen, die dus 21 kilometer en 97,5 meter lang is. Die halve meter krijgen we vaak kado, en zo is de officiële halve marathon afstand tegenwoordig 21,097 kilometer. En de 20km dan, vraag je je misschien af? Door de heroïek die het lopen van een halve marathon omgeeft worden er eigenlijk zelden of nooit wedstrijden over die afstand uitgeschreven.

Wedstrijden op de 5, 10, 15 en sinds vorige maand ook de halve marathon had ik al gelopen. Het laatste gratis persoonlijk record (mits ik de wedstrijd zou uitlopen natuurlijk) was dus af te halen op de 10em. Nou werd deze wedstrijd me min of meer in de schoot geworpen. Eigenlijk had ik vorig weekend in Druten een 10km willen lopen, maar toen was ik nog niet helemaal hersteld van een lichte achillespeesblessure. En omdat het lopen van een tweede halve marathon volgende week in Enschede ook erg lastig zou gaan worden, met een vroege start op de zondag, en de dag ervoor aan de andere kant van het land de reünie van mijn Mali-reis, was het snel beklonken dat ik deze twee wedstrijden zou inwisselen voor de 10em van Deventer, door het mooie uiterwaardegebied rondom te stad. Net als mijn halve marathon debuut van vorige maand hing ook deze wedstrijd weer aan een zijden draadje. Vrijdagavond had ik namelijk het sterke gevoel dat er een griepje aanstaande was. Tweemaal een nachtrust van 10 uur hield me echter aan de goede kant van de streep, en zo kon er vanmiddag dus toch worden gestart.

De weersvooruitzichten waren goed: een zonovergoten dag, een aangenaam temperatuurtje en weinig wind. De conditie was na vrijdag niet helemaal perfect, maar wat kon er gebeuren? Uitlopen zou immers automatisch een PR betekenen. In Deventer aangekomen bleek dat aangename temperatuurtje al snel tegen te vallen: midden in de stad en uit de wind was zelf stilstaan in de zon al bijna onaangenaam. Dit zou nog wel eens een zware inspanning kunnen worden! Het bleek dat bijna iedereen daar zo over dacht: tot 5 minuten voor de start stond er helemaal niemand voor de startstreep, iedereen stond in de half-schaduw onder de bomen 100 meter verderop. Vooraf een streeftijd voor zo’n debuut bepalen is niet zo eenvoudig. Kijk je naar mijn PR op de 15km van 1:13:49, en tel je daar na 5:30 voor de resterende 1,100 meter bij op dan kom je op 1:19:19. Neem je echter mijn halve marathontijd van 1:52:37 als uitgangspunt, en trekt daar 5 keer een kilometertijd van 5:20 (mijn gemiddelde kilometertijd op de halve marathon) vanaf dan kom je op 1:25:57 uit. Met de wetenschap dat de waarheid zoals wel vaker in het midden ligt besloot ik te gaan voor iets in de buurt van 1:22:30.

Direct na de start bleek al dat het erg warm was. Vrijwel het gehele parcours lag in de bakkende zon, en waar 99% van alle Nederlanders deze zondag waarschijnlijk hebben omarmd, was ik hem al vrij snel aan het vervloeken. Ondanks dat liep ik de eerste kilometers vrij gemakkelijk een tempo waarin ik de beoogde tijd zeker zou gaan halen. Maar daarna begon het “zwemmen”: ik slaagde er eigenlijk nooit in om een goed groepje te vinden dat in mijn tempo liep en dat ook wist vol te houden. En zo zwierf ik van loper naar loper, en moest ik telkens alert blijven op het inzakken van het tempo voor mij (op kop van een groepje lopen doe ik eigenlijk zelden), om in dat geval weer een nieuw groepje te gaan zoeken. Op de dijk rondom de uiterwaarden, waar het grootste deel van de wedstrijd zich afspeelde, hield ik desondanks tot 11km mijn tempo vast. Toen kwam het keerpunt (letterlijk, vanaf dat moment liepen we om een pilon heen de tegengestelde richting uit terug richting Deventer), en begreep ik ineens waarom het zo lekker was gegaan: ik had al die kilometers met de wind in de rug gelopen. Na dat keerpunt ging het tegen de wind in (die hier absoluut meer dan de verwachte 2 Bft was) een stuk minder makkelijk. Ik besefte me dat ik kapot zou gaan als ik in het huidige tempo bleef doorlopen en begon te temporiseren. Mijn kilometertijden vielen onmiddellijk terug van 5:05 naar 5:25, maar omdat ik op mijn horloge mijn hartslag gevaarlijk dicht in de buurt van de 180 zag komen (ter indicatie: grofweg gezegd begin ik in het rood te lopen zodra mijn hartslag boven de 175 uitkomt), wist ik dat ik de juiste beslissing had genomen. De laatste kilometers waren loodzwaar maar ik wist mijn nieuwe tempo vast te houden en finishte uiteindelijk in een prima 1:22:13. Dat kan zeker nog sneller, maar dat mag ik dan in een volgende wedstrijd bewijzen, zo hield ik me tevreden voor.

Dat het weer een aanslag op mijn lichaam was geweest bleek thuis: ik heb ruim 2 liter vocht moeten bijdrinken voordat mijn urine weer een beetje een normale kleur had (dat blijft toch de beste indicatie voor een tekort aan vocht). Ter vergelijking: ruim twee liter pakken melk in 80 minuten, dat het op het einde wat minder goed ging was dus niet zo verwonderlijk. Er zijn onderweg wel drankposten maar meer dan een paar slokjes krijg je daar toch niet weg. Volgende keer dus meer van te voren drinken, bedacht ik later, of gewoon niet zo eigenwijs zijn, en net zoals iedere weldenkende burger lekker met een boekje in de tuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s