In the Dutch Mountains

Geplaatst: 26 september 2010 in Hardlopen

Zondag 26 september 2010, de datum van een nieuwe editie van de Posbankloop, het hoogtepunt van mijn seizoen. De wedstrijd vindt plaats in een heuvelachtig gedeelte rondom Velp, vlakbij Arnhem, en is wat mij betreft zowel qua omgeving als qua uitdaging de mooiste hardloopwedstrijd van Nederland. Ik zeg dit als geboren en getogen Nijmegenaar, maar de Zevenheuvelenloop kan hier echt op geen enkele manier aan tippen: de wedstrijd is eigenlijk veel te massaal, de omgeving is minder inspirerend, en de zeven heuvels zijn niet meer dan een slap aftreksel van wat de deelnemer van de Posbankloop voor zijn kiezen krijgt.

Omdat de NS in haar oneindige wijsheid had besloten juist dit weekend geen treinen te laten rijden tussen Nijmegen en Arnhem zag ik een beetje op tegen de reis, maar eerlijk is eerlijk, de vervangende bussen reden prima op tijd en zorgden voor slechts 15 minuten extra reistijd. Daarna ging het vanuit Arnhem met de sprinter naar Velp, die compleet leek te zijn overgenomen door mede-hardlopers, hetgeen voor een gezellig en ontspannen sfeertje zorgde.

Onderweg van het NS-station van Velp naar het ROC om het startnummer af te halen en me om te kleden, viel het meteen al op dat het zonnetje veel prominenter aanwezig was dan ons gisteren was voorgeschoteld. Gelukkig was de temperatuur met een graad of 16 optimaal, dus ik verwachtte geen problemen vergelijkbaar met eerdere wedstrijden dit jaar, waar het vaak te warm was geweest.

Wat ik van de wedstrijd kon verwachten was moeilijk in te schatten: ik had de afgelopen week last van m’n buik gehad, en had daarom ook maar één keer kunnen trainen. Wel had ik de afgelopen dagen goed gerust (de laatste vier dagen voor een wedstrijd lange nachten in bed maken zorgt ervoor dat je optimaal uitgerust aan de start verschijnt), en de linzen met rijst van gisteravond en vanochtend waren goed gevallen. Die Nepalezen zijn met hun dal bhat zo gek nog niet! Daartegenover stond die wedstrijd in 2008, toen alles klopte en ik met 1:13:49 boven mezelf uitsteeg. De wedstrijd die ik tot de dag van vandaag als de beste wedstrijd die ik ooit heb gelopen beschouwde.

Ik had besloten eens een andere strategie te proberen en wat meer achter in het deelnemersveld te starten. Het was me bij de afgelopen wedstrijden opgevallen dat voorin toch veelal de beste lopers starten, en het daardoor moeilijker wordt om een “goed groepje” te vinden. Uiteindelijk bleek dit toch ook weer contraproductief te werken, omdat ik nu vooral lopers aan het inhalen was tijdens de wedstrijd, en dat groepje nooit wist te vinden. Ach, het gaf wel een kik om zoveel mensen voorbij te rennen, dus zo slecht was het misschien ook weer niet. Daarnaast zou ik vooral de eerste kilometer rustiger van start gaan. Analyses van voorgaande wedstrijden, maar ook van trainingen, hadden me geleerd dat ik in het begin ongemerkt steeds te snel start. Vooral in wedstrijden betekent dit tè snel een hoge hartslag, waarvoor je later op de één of andere manier de tol betaalt. Een genot aan het begin van elke editie van de Posbankloop is telkens weer om met de muziek van “In the Dutch Mountains” van The Nits te worden weggeschoten. Het adrenalinepeil, dat zo vlak voor de start toch al hoog is, krijgt bij het horen van deze klanken telkens nog een extra zwieper, en zo ging ik een paar minuten na het horen van het kanonsschot, nog een traditie van de wedstrijd, van start.

De eerste vier vlakke kilometers gingen goed, ik wist een constant tempo van rond de 4:50 per kilometer gemakkelijk vast te houden. De beklimming van de Posbank is altijd weer zwaar door zijn lengte van 3.5km met het zwaarste stuk net onder de top. Alleen de laatste kilometer was ditmaal echt zwaar, maar nu kon ik even wat uitrusten. De Tafelberg en de Zypenberg, die opdoemen in de kilometers na top zijn niet veel meer dan stukjes vals plat omhoog. Daarna volgt een gevreesde afdaling, omdat die zo steil is dat als je eenmaal het tempo naar beneden goed te pakken hebt je jezelf dreigt voorbij te lopen. De klappen op de benen zijn enorm als je snelheden tot boven de 15km/u bereikt.

Vlak voor de beklimming van de Emmapiramide, die zijn naam alle eer aan doet met haarspeldbochten naar boven en een gemiddeld stijgingspercentage van 7% begon ik voor het eerst eens te becijferen hoe het met mijn tijd zat. Ik liep op dat moment met een gemiddelde snelheid van 4:57 per kilometer. Een gemiddelde van 4:55 zou een eindtijd van 1:13:45 betekenen, maar dat zou betekenen dat ik de tijd die ik zeker zou gaan verliezen op de flanken van de Emmapiramide nog meer dan goed zou moeten maken in het restant van de wedstrijd. Eerst maar eens zien boven te komen! De klim is slechts 500m lang, maar niet geheel ten onrechte staat er om de 100m een aanmoedingsbordje met de resterende afstand tot de top. Dat heb je ook echt nodig om de moed niet te verliezen, want de klim is een verschrikking voor de bovenbenen, die op dat kleine stukje in een razend tempo verzuren. Het blijft een hel, maar ik kwam boven! De gemiddelde kilometertijd stond nu op 5:00, hetgeen zou betekenen dat ik nog een waanzinnige afdaling en laatste kilometer zou moeten lopen.

De afdaling was zo waanzinnig als gehoopt, en toen ik bij het bord van de laatste kilometer aankwam ging het er om hangen. Mijn gemiddelde kilometertijd was weer gezakt tot 4:56, dus was het nu nog een kwestie van verstand op nul, blik op oneindig en gaan, ondertussen alle signalen van mijn lichaam, dat op dat moment echt iets heel anders in gedachte had, uit alle macht negerend. In een volle sprint in de laatste honderden meters kwam ik uiteindelijk in het waanzinnige 1:13:39 over de finish, later door mijn Champion-chip gecorrigeerd tot 1:13:40, slechts 9 tellen onder de ultieme loop uit 2008, maar het was genoeg! En gek genoeg was ik niet eens helemaal kapot. Dat kwam niet alleen door de euforie, maar ook door het parcours in de laatste kilometers. Steil afdalend kunnen je benen op een gegeven moment gewoon niet harder, terwijl je hartslag toch een paar tikken terug maakt.

Compleet tevreden liep ik in de badende zon tussen alle andere lopers, ieder met hun eigen verhaal, rustig terug naar de omkleedruimtes. Wat de Kaaienloop in Oosterhout (NB) voor de 10km met me doet, doet de Posbankloop voor de 15km: het hoe en waarom is me nog steeds niet helemaal duidelijk maar dit zijn twee, overigens totaal verschillende wedstrijden, die het beste in me bovenhalen. En jawel hoor, in november ga ik gewoon die Zevenheuvelenloop lopen, maar ondanks het veel gemakkelijkere parcours is het allerminst zeker dat ik er in zal slagen dit PR nogmaals te verbeteren..

Voor al mijn hardloopresultaten zie http://www.looptijden.nl/lopers/pupske

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s