Cursus “Ontdek schrijven” – les 13

Geplaatst: 31 maart 2011 in Schrijven

Huiswerk les 13: schrijf een vakantieverhaal van max. 800 woorden. Schrijf beeldend, maak gebruik van dialogen.

Zandzee

“Heb jij nog water?”. We zijn net een nomadennederzetting gepasseerd op de grens van twee vegetatiezones. Achter ons ligt de woeste rotsachtige woestijn, waarin je je met zijn gele, bruine, en grijze kleurtinten bijna op een andere planeet waant. Het enige aardse zijn de schaarse boompjes met hun stugge naalden, het favoriete avondeten van de kamelen die ons vergezellen. Voor ons ligt een uitgestrekt gebied van zandduinen, die in een bijna hypnotiserend patroon in elkaar overgaan. In woestijnterminologie heet dit een “zandzee”, en voor het eerst begrijp ik waarom: vervang de kleur van het fijne lichtgele zand door dat van het diepblauwe water en je waant je midden op een woeste zee . Een zee met stilstaande golven, en dat maakt het geheel nog surrealistischer. De tijd lijkt hier geen betekenis meer te hebben.. Het is half november maar nog steeds dik twintig graden. De zon schijnt onbarmhartig, van het eerste ochtendgloren tot het einde van de middag. Wolken zijn een bezienswaardigheid, het is één van de droogste plekken op aarde. We hebben al een flinke wandeling achter de rug en het is dorstig weer. Iedereen heeft watergebrek vandaag. “Je mag wel wat van mij hebben”, zeg ik gedachteloos. “Heb je dan zelf nog wel genoeg?”. Ik knik, hoewel ik weet dat het niet zo is. Ik schenk meer dan de helft van mijn fles in de hare, ze protesteert niet langer. Voor mij ligt de zee, klaar om bedwongen te worden.

Ik word ruw wakker geschud uit mijn dromen als onze gids aangeeft dat we het golvende zand helaas rechts moeten laten liggen omdat we anders niet voor het donker bij ons kamp zijn. Zeven hoofden knikken braaf, twee kijken elkaar samenzweerderig aan. De lichtjes in haar ogen zijn onmiskenbaar. Als met een beetje treuzelen de rest van de groep honderd meter vooruit is, slaan we rechtsaf. We sprinten een maagdelijke duin op en laten groepjes van twee paar voetafdrukken achter in het zand. Het laatste stuk lopen we, het is behoorlijk zwaar. Bovengekomen doemt de Moeder aller Zandduinen voor ons op. Ik probeer haar over te halen, ze twijfelt. Vanaf ons uitzichtpunt zien we dat de rest als miniscule kleine poppetjes is uitgewaaierd over de vlakte links onder ons. We hebben al een flinke achterstand opgelopen. Ik ben teleurgesteld als ze de zekerheid besluit te verkiezen boven het avontuur. Nu twijfel ik ook: mee met haar of de zandduin op? Ik negeer de dorst nog even en besluit toch verder naar boven te gaan, ik haal haar straks wel weer in. Onze wegen scheiden zich, en dapper klim ik verder. Dat valt tegen, ik ben moe. Als ik eindelijk boven ben blijkt mijn droomuitzicht te worden verpest door nog veel meer zandduinen. Niet fotogeniek genoeg besluit ik, en als ik op adem ben gekomen trek ik één lange sprint naar beneden. Van “even inhalen” blijkt geen sprake. Zelfs als ik snelwandelend door het mulle zand verder ga, haal ik haar nauwelijks in. Ik moet er bijna een Sahara-hardloopwedstrijd van maken om een half uur later eindelijk langszij te komen.

“Ik heb af en toe wel even achterom gekeken of je niet te ver achterop raakte”, reageert ze olijk, als ik een moeilijk gezicht trek. Natuurlijk ben ik wel benieuwd of dit het normale tempo is waarmee ze op zaterdagmiddag door de winkelstraatjes van Rotterdam slentert. Hardlopen, wandelen, en roeien passeren de revue. “O ja, ik heb ook nog de Fietselfstedentocht gedaan”. Op mijn vraag of ze niet moe was na die 240km op één dag haalt ze haar schouders op. Even heb ik het gevoel naast Superwoman te lopen, totdat ze begint te klagen dat ze toch wel erg veel dorst heeft. En we hebben beiden geen druppel water meer. Op dat moment halen we onze reisleidster in. De rest van de groep blijkt al ver achter ons te liggen, die zijn we ongemerkt rechts gepasseerd. “Ik wacht op de anderen, lopen jullie maar verder, gewoon rechtdoor”. Maar wat is rechtdoor in de woestijn? Op goed geluk dan maar. Niet veel later komt een pick-up ons tegemoet. Achterin zit onze Libische gids. Achter het stuur blijkt een vriend van hem te zitten, en samen gaan ze de rest van onze groep ophalen. De gids wijst ons waar het kamp ongeveer ligt, en rijdt verder. We kijken elkaar kort aan: dit is valsspelen! En ondanks onze uitgedroogde lichamen zetten we nog even een marstempo in. Niemand anders dan wij mogen als eerste dat kamp bereiken. Op het moment dat we het in een kuil voor ons zien liggen, horen we in de verte het geronk van een motor: de jeep! Met een ultieme krachtsinspanning rennen we samen het laatste stuk, de helling af in een volle sprint, en ploffen uitgeput neer op de matjes die al voor ons zijn uitgespreid. Gewonnen!

Als de reisleidster arriveert biedt ze aan de overwinningsrun helling af naar het kamp voor ons op foto in scene te zetten als aandenken. De vele glazen muntthee na afloop van de fotoshoot smaakten nog nooit zo zoet..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s