Cursus “Verhalen schrijven” – les 4

Geplaatst: 3 oktober 2012 in Schrijven

______________________________________________

Gezocht: meisje met koude handen

Ik was verrast door de spontaniteit van het moment.
Mag ik nog een keer je handen verwarmen of je een
warme chocolademelk aanbieden?

ben@hotmail.com – 06-12345678
______________________________________________

Achterliggende verhaal
Onze docente fietste op een dag over de Waalbrug en zag bovenstaande briefje op de brug hangen. Toen ze thuiskwam bedacht ze dat het een inspiratiebron kon zijn voor haar schrijfcursus, maar toen ze de volgende dag weer over de brug fietste was het briefje verdwenen. Gelukkig had ze de tekst goed in zich opgenomen.

Opdracht
Bedenk in grote lijnen het verhaal achter het briefje op de brug. Kies een hoofdpersoon, Ben of het meisje, en werk het verhaal uit. Concentreer je op de gevoelens van Ben of het meisje, maar benoem ze niet! Laat de emoties blijken uit hun handelingen en/of door hoe ze de omgeving waarnemen.

###

Gevallen engel

De lucht is grijs en er dwarrelen wat vlokjes sneeuw naar beneden. De eersten van deze winter, denkt Ben terwijl hij het tempo nog wat verder opvoert. Overal om hem heen zijn de lichten inmiddels ontstoken. Hun schijnsel weerspiegelt in de plassen op het asfalt onder hem, veroorzaakt door de regen van eerder die dag. Zijn reflecterende hesje maakt optimaal gebruik van al dat licht, zodat hij ook in deze tijd van het jaar na het werk nog z’n vaste rondje kan lopen. Nu begint hij aan de klim, de hellingshoek zet extra druk op z’n spieren en dwingt hart en longen tot een uiterste inspanning. Even ziet hij sterretjes, maar als hij met z’n ogen knippert wordt de blik weer helder. Glashelder, want ondanks het weer lijkt de omgeving buitengewoon contrastrijk, en vol leven.

Buiten adem komt hij boven. Ondanks dat z’n blik strak vooruit is gericht ziet hij in z’n ooghoeken iets dat hem afleidt. “Fiets.. meisje.. gevallen..” registreren zijn hersens in een split second. Maar hij rent verder, denkend aan het mantra van zijn hardlooptrainer. “Tijdens het hardlopen telt alleen het hardlopen”. De zin maalt een paar keer door z’n hoofd. “Hulpeloos..”. Ineens hamert dat vierde woord bij hem binnen, en abrupt staat hij stil. Hijgend van de inspanning heeft hij even een moment nodig om tot zichzelf te komen, dan draait hij zich om. Hij staat vrijwel op het midden van de brug, 100 meter achter hem zit ze daar nog steeds, haar armen om een knie geslagen en het hoofd naar de grond gericht. Haar fiets ligt naast haar op het fietspad, dat verder verlaten is. Een stilleven in een wereld die langzaam verandert in een winterlandschap. Iets dat hij niet kent in zichzelf drijft hem naar haar toe.

Hij loopt joggend terug, maar pas als hij een paar stappen van haar verwijderd is lijkt ze te ontwaken uit een droom en kijkt verschrikt op. Ben deinst achteruit. Hakkelend zoekt hij naar woorden. “Heb je je bezeerd, is alles goed?”. Het meisje kijkt hem zwijgend aan. Ze heeft tranen in haar ogen. Ze klemt haar handen, die rood zien van de kou, nog wat steviger om haar knie heen. “Ik ben gevallen, ik had ineens geen gevoel meer in m’n handen”, zegt ze zacht. Ben bekijkt haar eens wat beter. Hij schat haar begin twintig, waarschijnlijk een studente van de universiteit. Ze is somber gekleed in een donkerblauwe broek, een zwarte gevoerde winterjas, en een zwarte sjaal. Opvallend is de afwezigheid van handschoenen. “Gaat het met je knie? Waarom had je geen handschoenen aan? Kan ik je helpen?”. De vragen buitelen over elkaar heen, en ondanks dat hij al een paar minuten stil staat wordt z’n ademhaling allerminst rustiger. “Mijn handschoenen zijn vandaag op school uit m’n jas gestolen”, zegt ze, gevolgd door een snik, alsof daarmee alle vragen zijn beantwoord.

Hij blijft even besluiteloos voor haar staan, dan herpakt hij zich. Hij knielt bij haar neer, en trekt zijn loophandschoenen uit. Voorzichtig reikt hij met zijn handen naar de hare. “Kom ik help je overeind” zegt hij, en ze laat hem begaan als hij haar handen pakt. Eén moment is ze heel dicht bij hem, een paar van haar haren strelen zachtjes zijn gezicht als hij haar optrekt, en even kijkt hij recht in haar azuurblauwe ogen. Als ze staat lijkt het mee te vallen met haar gekwetste rechter knie. Ben houdt haar handen in de zijne en voelt de warmte met de koude vermengen. Het meisje slaat haar ogen neer. Haar sombere zwarte jas wordt langzaam wit van de sneeuw. Zo staan ze even doodstil tegenover elkaar.

“Ik moet nu weer verder”, zegt ze, en trekt haar handen voorzichtig los uit de zijne. Ben tilt haar fiets overeind. Deze lijkt de valpartij op wat krassen na goed te hebben doorstaan. “Neem dan tenminste mijn handschoenen”, zegt hij zonder er echt bij na te denken. De ogen van het meisje lichten even op, en het lijkt alsof de zon terstond door het wolkendek breekt. Ze protesteert niet, als Ben ze langzaam over haar kleine handen schuift. Ze zijn wel wat aan de grote kant, maar zo blijven ze tenminste warm. Ze trekt een grimas als ze haar rechter knie buigt en op de fiets stapt, maar geeft geen kik. En zonder een woord of nog één keer om te kijken verdwijnt ze. Ben blijft haar nakijken totdat ze helemaal is opgeslokt door de steeds witter wordende wereld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s