Cursus “Verhalen schrijven” – les 6

Geplaatst: 23 oktober 2012 in Schrijven

Opdracht:
maak een anagram van de letters van je voor- en achternaam, je moet alle letters gebruiken. Bedenk een personage naar aanleiding van de ontstane naam. Breng dit personage in een voor hem of haar problematische situatie en laat zien hoe het zich daar al dan niet uit redt.

###

Jasper Verkroost => Japske Rotsrover
Met dank aan de anagramtalenten van mijn vriendin

Vermoeid van de inspanning bereikte hij eindelijk de top van de pass. Het was er verder doodstil, zelfs de wind leek haar adem te hebben ingehouden. Zover het oog hem reikte zag hij de glooiende vormen van bergen. Van boven meest kaal, maar meer naar onder begroeid met naaldbomen, uiteindelijk uitmondend in complete bossen. Diverse paadjes slingerde vanuit de onmetelijke diepte naar boven. Beneden hem, heel in de verte kon hij zelfs de eerste dorpjes ontwaren. Wat een duizelingwekkend uitzicht, even vergat hij waarvoor hij hier was gekomen. Japske controleerde zijn uitrusting in de leren tas. Het boek wat hem zo dierbaar was legde hij voorzichtig op een steen, dat kon hem nu niet meer helpen. Vervolgens kwam er een groot mes tevoorschijn. Hij hoopte maar dat de aanblik daarop afschrikwekkend genoeg zou zijn. Tenslotte haalde hij een stuk brood en een fles water uit de tas. Hij nam een strategische positie tussen twee rotsblokken in vanwaar hij wel naar beneden kon kijken, maar zelf niet was te zien. Het grote wachten was begonnen.

Hij moest zijn ingedommeld door de monotonie van het wachten en de langzaam hoger klimmende zon. Met een schok schrok hij wakker, al wist hij in eerste instantie niet waarvan. Maar ja, daar was het weer. De stilte werd doorbroken door een geritsel in de verte. Zijn hart sloeg een slag over toen hij ook voetstappen hoorde die een knisperend geluid maakte op het grindpad beneden hem. Even overwoog hij nog om te vluchten, maar hij besefte dat hij zijn vader dan nooit meer onder ogen zou kunnen komen. Hij haalde het mes uit z’n leren holster, posteerde zich in een bocht van het pad achter een hoog rotsblok en hield z’n adem in. De stappen waren nu heel dichtbij. Op het moment dat een schaduw in de bocht van het pad verscheen sprong hij tevoorschijn met getrokken mes. In een flits stond hij oog-in-oog met een oude man met een lange baard, versleten kleren, een wandelstok en een juten zak op z’n rug. De man deed hevig geschrokken een paar passen naar achteren, struikelde over een steen, en viel languit op de grond. Langzaam kwam hij met het mes vooruit gestoken op de oude man af. Toen hij recht voor hem stond zag hij de angst in zijn ogen, maar omdat de man verder niet reageerde wist hij even niet wat hij moest doen. “Dit is een overval, als u alle spullen afgeeft zal u verder niets gebeuren. Echt niet”, zei hij en hoopte maar dat de man de onzekerheid in zijn stem niet zou horen.

De man herpakte zich en smeekte om zijn zak te mogen behouden. “Ik ben maar een oude arme man. Beneden in het dorp heb ik een zieke vrouw. Aan de andere kant van deze pass ligt een dorp waar ik wat spulletjes probeer te ruilen voor medicijnen. Alstublieft, in naam van mijn vrouw, spaart u mij”. Japske besefte dat dit moeilijker ging worden dan hij had verwacht. Over de psychologie van een overval had hij nooit onderricht gehad. “In naam van mijn vader, dwingt u mij niet mijn mes te gebruiken”, zei hij met trillende stem, en hij boog zich voorover naar de borst van de man. “Wacht, ik zie dat je daar een boek hebt, houd je van lezen?”. Japske was uit het veld geslagen door de plotselinge wending. Toch was hij geraakt door de interesse van de man voor zijn boek. “Ja, ik houd van lezen. Mijn oma heeft me dat geleerd toen ze nog leefde, maar ik heb maar één boek”. De ogen van de oude man lichtten op. “Lezen is het mooiste wat er is jongen”. Japske was te verbouwereerd om te reageren, en de man ging verder. “Ik reis regelmatig tussen deze twee dorpen, en kan je zoveel boeken bezorgen als je maar wilt. Japske dacht koortsachtig na, eerst over de boeken, en toen over z’n vader. “Weet je wat een list is?”, vroeg de man. Japske schudde zijn hoofd. “Dat betekent dat wij samen slimmer zijn dan jouw vader”.

Zwaar hijgend kwam Japske de grot binnenlopen. Zijn vader, een reusachtig man, wachtte hem al op bij de ingang. Hij aanschouwde zijn zoon. Hij had gescheurde kleren, schrammen over armen en benen, en een bebloed mes in zijn ene, en een juten zak in de andere hand. “Vader, ik heb gevochten als een leeuw, maar de man was heel sterk. Desondanks heb ik hem flink toegetakeld met mijn mes, en hem zijn bagage afgepakt. Helaas zat er slechts één zilveren ketting in zijn zak”. Er brak een glimlach door op het gezicht van zijn vader, die eindigde in een bulderende lach. “Wie had dat ooit nog gedacht van mijn Japske de Dromer. Niet slecht zoon, helemaal niet slecht voor de eerste keer. Kom binnen, ik vraag je moeder om meteen een feestmaal te bereiden, dit moeten we vieren!”. Toen Japske naar binnen liep kon zijn vader de glimlach die om zijn lippen speelde niet zien, maar evenmin kon Japske de traan zien die zijn vader snel uit zijn ooghoek wegveegde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s